KiM rapportage “Vervoer en opslag van goederen voor internationale handel in Nederland.”

kim rapportage “vervoer en opslag van goederen voor internationale handel in nederland” | acn

Het rapport “Vervoer en opslag van goederen voor internationale handel in Nederland” is in april 2026 gepubliceerd door het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), als zelfstandig instituut binnen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Dit achtergrondrapport is geschreven voor beleidsmakers om inzicht te geven in de complexe balans tussen de voordelen (zoals werkgelegenheid en toegevoegde waarde) en de nadelen (zoals ruimtebeslag, emissies en druk op infrastructuur) van de internationale handel en logistiek. Het document vormt de feitelijke fundering voor de actuele discussie over de ‘verdozing’ van het landschap enerzijds, en het veiligstellen van het toekomstige Nederlandse verdienvermogen anderzijds.

Onderstaand een korte samenvatting die we als ACN opstelden

De rol en omvang van luchtvracht in Nederland
Binnen het rapport neemt de luchtvracht een specifieke en hoogwaardige positie in. Luchtvracht loopt in Nederland uitsluitend via de luchthavens Schiphol en Maastricht Aachen Airport (MAA). De luchthaven Schiphol wordt, in combinatie met het wereldwijde luchtvaartnetwerk, geïdentificeerd als een essentiële bouwsteen voor het vestigingsklimaat en de internationale bereikbaarheid van Nederland, wat indirect ook andere niet-logistieke bedrijvigheid aantrekt.

Luchtvracht is daarnaast een aanzienlijke banenmotor. In 2022 was de luchtvracht op Schiphol goed voor 19.660 voltijdbanen (ter referentie: het complete passagiersvervoer leverde daar 32.910 banen op). Deze werkgelegenheid spreidt zich uit over expediteurs (7.200 banen), truckers en koeriers (2.430 banen) en vrachtafhandelaars (1.900 banen). Op MAA zijn daarnaast ongeveer 1.800 banen te vinden, waarvan er 500 direct aan transport en logistiek zijn gekoppeld.

Wat de aard van de goederen betreft, richt de luchtvaart zich logischerwijs volledig op ‘stukgoed’. Nederland fungeert hierin nadrukkelijk als Europese distributiehub: van al het inkomende stukgoed via de lucht was in 2022 liefst 59% bestemd voor directe doorvoer naar het buitenland en 21% voor wederuitvoer. 20% van de via de lucht geïmporteerde goederen bleef voor gebruik in eigen land. Bij de via de lucht uitgaande goederen bestond 35% uit de daadwerkelijke export van origineel Nederlandse producten, terwijl 42% doorvoer was.

Toegevoegde waarde van luchtvracht ten opzichte van andere modaliteiten
Wanneer we de cijfers vergelijken met andere transportwijzen, valt de bijzonder efficiënte verhouding tussen fysiek volume en financiële opbrengst bij de luchtvracht direct op. In 2022 had het gehele Nederlandse goederenvervoer een toegevoegde waarde van 19,7 miljard euro.

De verdeling per modaliteit (cijfers 2022) ziet er als volgt uit:

• Wegvervoer: 11,15 miljard euro (de absolute koploper).

• Zee- en kustvaart: 2,5 miljard euro.

• Luchtvaart:  2,1 miljard euro (op Schiphol alleen, opgebouwd uit 1,28 miljard aan puur luchtvervoer en 820 miljoen aan logistieke dienstverlening voor de luchtvaart). MAA voegde daar in een eerdere meting in 2019 nog eens 121 miljoen euro aan toe.

• Binnenvaart: 1,67 miljard euro.

• Buisleidingen: 112,7 miljoen euro.

• Spoorvervoer: 87,6 miljoen euro.

Wat betreft jaarlijkse volumes laat het rapport zien dat de absolute massa gedomineerd wordt door zeevaart, binnenvaart en wegtransport. In 2024 kwam er via zee en lucht gecombineerd 396 miljoen ton aan gewicht Nederland binnen, waarvan nagenoeg alles bestond uit massale (bulk)stromen per zeeschip. Binnenlands of grensoverschrijdend over land ging er nog ruim 1,3 miljard ton aan vracht overheen.

Dit contrasteert sterk met de luchtvaart. Hoewel de fysieke tonnages die per vliegtuig worden vervoerd een fractie vormen in vergelijking met het scheepvaart- en vrachtwagenverkeer, levert de sector financieel topprestaties. Luchtvracht is, ondanks het bescheiden tonnage en ruimtebeslag, in staat om 2,1 miljard euro aan de Nederlandse economie toe te voegen — méér dan de voltallige binnenvaart — door haar sterke specialisatie in hoogwaardig en tijdkritisch stukgoed.

Klik hier voor het complete rapport

Deel dit bericht: