Stage en Afstuderen bij ACN?

Een van de pijlers van ACN is het actief ondersteunen van onderwijs en onderzoek binnen de luchtvrachtindustrie.
Wij bieden elk jaar enkele afstudeerplaatsen aan voor studenten die zich willen verdiepen in de luchtvrachtbranche.
Op deze pagina vind je de profieleisen en komen afstudeerders aan bod over hun onderzoeksprojecten bij ACN.

Profielschets afstudeerders

Een stage of afstudeeropdracht bij ACN is alleen mogelijk als je in het derde studiejaar al stage hebt gelopen binnen de luchtvracht, bij voorkeur bij een expediteur of afhandelaar. Zo divers als onze leden zijn, zo uiteenlopend zijn ook onze stage- en afstudeeropdrachten. Je kunt bijvoorbeeld meewerken aan één van onze projecten, een marktonderzoek opzetten of betrokken zijn bij een opdracht bij een van onze leden. Een ding is zeker: voor talentvolle studenten liggen er talloze uitdagende mogelijkheden!

Al onze stages en afstudeeropdrachten zijn erop gericht je kennis en vaardigheden toe te passen en een meer verdiepend onderzoek te doen. Je krijgt de kans om in een korte tijd veel bedrijven op Schiphol te leren kennen en ook daadwerkelijk iets toe te voegen aan de luchtvracht industrie. Tijdens jouw stage of afstudeeropdracht word je uitstekend begeleid door onze ervaren medewerkers zodat je het beste uit jezelf en ACN kunt halen.

Iets voor jou?

Je bent een talentvolle student met een bijna afgeronde hbo/wo bachelor of master en je beheerst de Nederlandse en Engelse taal uitstekend. Stuur dan een mail met foto, motivatie en cv naar info@acn.nl.

Stage lopen bij ACN

Wessel Mel – Electrification of ground support equipment

Van februari 2020 tot augustus 2020 heb ik voor Air Cargo Netherlands (ACN) een afstudeeronderzoek verricht ter afsluiting van mijn studie Aviation aan de Hogeschool van Amsterdam.

De basis van dit onderzoek was het plan Slim én Duurzaam. Het doel van dit plan is het verlagen van de CO2 emissies met 35% in 2030 ten opzichte van de huidige emissies in 2020. Hierdoor zou het niveau van de CO2 emissies lager worden dan de emissies in 2005.
Slim én Duurzaam bestaat uit zeven thema’s waarvan emissie vrije luchthavens er een van is. Een onderdeel van dit thema is de elektrificatie van ground support equipment op Schiphol.

Mijn onderzoek bestond uit het uitwerken van de beschikbare elektrische voertuigen, het onderzoeken of deze over de benodigde capaciteiten beschikten en het berekenen van de verlaging in emissies als deze voertuigen zouden worden gebruikt. Om dit te kunnen onderzoeken heb ik de volgende onderzoeksvraag gebruikt:

“The CO2 reduction of 35% in 2030 according to the ‘Slim en Duurzaam’ plan would not be achieved if the ground handlers would keep working with the current ground support
equipment as it is the largest CO2 contributor for ground handlers.”

De ground support equipment die is onderzocht zijn de lower- en main deck cargo loaders, de container transporters en de towing tractors.
De resultaten laten zien dat voor alle voertuigen een elektrische variant bestaat, maar dat alleen de lower deck loaders een bewezen capaciteit hebben. De andere voertuigen hebben geen bewezen batterij capaciteit voor een hele dag aan zware operaties zonder tussendoor op te laden, maar afhankelijk van de operatie kunnen deze ingezet worden.

De effecten van elektrische voertuigen zouden dan ook een reductie in emissies zijn aangezien de voertuigen zelf niks uitstoten en een reductie in kosten in de lange termijn aangezien elektriciteit goedkoper is dan brandstof op het moment en de onderhoudskosten lager zijn.

Dit onderzoek is uitgevoerd tijdens COVID-19 waardoor een deel van het onderzoek niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Desalniettemin is het een leerzame periode geweest en zou ik graag Ben Radstaak willen bedanken voor zijn begeleiding tijdens mijn onderzoek.
Ook zou ik graag Maarten van As, alle medewerkers bij ACN, de geïnterviewde personen en mijn mede-afstudeerders willen bedanken voor deze periode.

Wessel Mel, augustus 2020

Klik hier voor het eindrapport

Sebastiaan den Heijer – Veel belangstelling voor autonome cargo dollies op Schiphol

Met het oog op een duurzame toekomst en om te blijven innoveren heb ik, samen met mijn begeleider Ben Radstaak, besloten om voor ACN de mogelijkheden van het invoeren van autonome dollies op Amsterdam Airport Schiphol te onderzoeken. Schiphol heeft namelijk het doel gesteld om het verkeer aan airside in 2050 volledig autonoom uit te voeren. Autonome dollies zouden hier een rol bij kunnen spelen. Om dit onderwerp te kunnen onderzoeken, ben ik op de volgende onderzoeksvraag gekomen:

‘What effect can the implementation of autonomous cargo dollies have on the safety, sustainability and efficiency in the process of airside cargo transport at Schiphol Airport?’

Verschillende methoden zijn gebruikt om een antwoord te kunnen geven op deze onderzoeksvraag. Interviews met mensen uit het werkveld en berekeningen van CO2-emissies zijn uitgevoerd om te onderzoeken of, en hoe autonome dollies geïntegreerd kunnen worden in de huidige operatie.

De resultaten in het onderzoek laten zien dat meerdere partijen geïnteresseerd zijn in autonome dollies, ook omdat ze voldoen aan het doel van Schiphol om volledig autonoom te zijn in het jaar 2050. Autonome voertuigen hebben de potentie om de veiligheid van het verkeer aan airside te verbeteren door het elimineren van menselijke fouten, wat de grootste oorzaak is van ongelukken in het verkeer.

Verder kan de efficiëntie op de luchthaven verbeterd worden, als de autonome dollies in een gezamenlijke pool rondrijden, waarbij alle afhandelaars een aandeel hebben in de complete vloot dollies. Dit resulteert in minder bewegingen op de airport en minder voertuigen op de wegen. Voordat een pooling systeem gebruikt kan worden, moeten er duidelijke afspraken zijn tussen de bedrijven.

Autonome dollies dragen bij aan de vermindering van CO2-emissies wanneer ze rijden op een milieuvriendelijke aandrijving. Op korte termijn is elektrisch de beste optie, omdat deze techniek bekend is. Op de lange termijn zou waterstof de beste optie zijn om als aandrijving te gebruiken. Waterstof is op dit moment nog te duur om te produceren en men is er nog niet bekend genoeg mee. Het zal nog wel een aantal jaren duren voordat waterstof populair en veel gebruikt wordt op AAS.

De implementatie van autonome dollies zou bijvoorbeeld op Schiphol Zuidoost kunnen starten, omdat hier veel minder verkeer is dan op Schiphol Centrum. Verder onderzoek is nog nodig om een duidelijker plaatje te krijgen van de kosten/baten en de voordelen op het gebied van milieu en veiligheid.

Ik kijk met erg veel plezier terug op mijn tijd bij ACN, ook al is het anders gelopen door COVID-19. Het is een leerzame periode geweest waarin ik veel aan de begeleiding van Ben Radstaak heb gehad. Ik wil dan ook graag Ben Radstaak en Maarten van As bedanken voor het mogelijk maken van mijn afstudeeronderzoek. Ik wil ook graag alle andere werknemers en mede-afstudeerders van ACN bedanken.

Sebastiaan den Heijer, augustus 2020

Klik hier voor het eindrapport

Jeffrey Kersbergen – Het taxiën van vrachtvliegtuigen kan duurzaam

In de periode van februari 2020 tot juni 2020 heb ik een afstudeeronderzoek bij Air Cargo Netherlands (ACN) ter afsluiting van mijn opleiding Aviation aan de Hogeschool van Amsterdam.

De Nederlandse luchtvaartindustrie heeft in het Slim én Duurzaam plan afgesproken om de CO2 emissies te verlagen met 35% in 2030 ten opzichte van 2020. Volgens ACN is de Nederlandse luchtvrachtindustrie hierin onvoldoende vertegenwoordigd. Om de duurzaamheid van de Nederlandse luchtvrachtindustrie te verbeteren en om deze industrie beter te vertegenwoordigen in het Slim én Duurzaam plan, is er onderzoek uitgevoerd naar het duurzame pushback/taxi concept voor vrachtvliegtuigen op Amsterdam Airport Schiphol.

Uit het onderzoek is gebleken dat het externe concept (een soort pushback truck) de enige operationele pushback/taxi concept is dat kan worden geïntroduceerd voor widebody vrachtvliegtuigen op Amsterdam Airport Schiphol om met 2.77% CO2 emissiereductie bij te dragen aan de doelstelling van het Slim én Duurzaam plan. Verder is er aanbevolen om het externe concept aan te drijven met elektriciteit op de korte termijn, terwijl op de lange termijn waterstof wordt aanbevolen.

Tevens is er een implementatieplan gemaakt waarin alle stakeholders verantwoordelijkheden en taken hebben:

  • Tussen 2021 en 2023: verdere onderzoeken naar de duurzame truck voor widebody vrachtvliegtuigen en ontwikkelingsvoorbereidingen.
  • Tussen 2023 en 2025: uitvoeren van simulaties, pilots en tests om de duurzame truck voor widebody vrachtvliegtuigen te ontwikkelen.
  • Tussen 2025 en 2027: de elektrische duurzame truck widebody vrachtvliegtuigen in operatie.
  • Tussen 2027 tot 2030: de omzetting van elektriciteit naar waterstof wordt uitgevoerd om de prestaties van de duurzame truck voor widebody vrachtvliegtuigen te verbeteren.

Hierdoor is de Nederlandse luchtvrachtindustrie uiteindelijk in staat om bij te dragen aan het Slim én Duurzaam plan.

Uiteindelijk heeft de coronacrises zeker impact gehad op het onderzoek. Het zorgde er namelijk voor dat ik thuis al het onderzoek moest uitvoeren, alle interviews werden afgezegd of werden verplaatst en observaties en focus groups konden niet doorgaan. Ook was het lastiger om interviews te organiseren, die ook nog online moesten worden gedaan in plaats van fysiek. Gelukkig was ik na uitgebreid onderzoek nog steeds in staat om mijn onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden.

Door de complexe periode is het zeker een leerzame periode geweest, waarin ik geleerd heb om te kunnen gaan met een sterk veranderende situatie door mijzelf aan te passen aan deze situatie. Ten slotte ben ik blij dat ik iets hebben kunnen bijdragen aan het verbeteren van de duurzaamheid in de vrachtsector. Hiervoor wil ik dan ook Ben Radstaak en Maarten van As bedanken. Ook wil ik alle andere medewerkers van ACN bedanken voor de fijne tijd op kantoor.

Klik hier voor het onderzoeksrapport

Jeffrey Kersbergen, juli 2020

Raymond Kloet – KPI Framework for export deliveries

Als afsluiting van mijn opleiding Logistics Engineering aan de HZ University of Applied Sciences in Vlissingen heb ik mijn afstudeeronderzoek gedaan bij Air Cargo Netherlands (ACN). Via contacten bij mijn werk en oude stagebedrijf, Jan de Rijk Logistics was ik in contact gekomen met Ben Radstaak van ACN en Jeroen Hagens, de projectleider van het project Landside Pick-up & Delivery, onderdeel van het Smart Cargo Mainport Programma (SCMP).

Door mijn meewerkstage en werk bij luchtvrachttrucker Jan de Rijk Logistics had ik veel interesse gekregen in de luchtvrachtsector, daarom leek afstuderen op Schiphol mij een leuke uitdaging. Eenmaal in contact gekomen met Ben en Jeroen hebben we afspraken ingepland om de scope van het onderzoek te bespreken en de hoofd- en deelvragen op te stellen. Het onderzoek zou als doelstelling hebben om een KPI framework op te stellen om de prestaties met betrekking tot de aanlevering van exportvracht te meten.

Eenmaal begonnen bij ACN heb ik me de eerste weken goed ingelezen in verschillende afstudeeropdrachten en andere onderzoeken die betrekking hadden op luchtvracht in zijn algemeenheid en exportaanleveringen op Schiphol. Door de vele contacten van Ben en Jeroen was het niet moeilijk om bij bedrijven langs te gaan om interviews te houden. Uiteindelijk ben ik bij elf verschillende bedrijven langs gegaan om data te verzamelen. Naarmate ik meer informatie kreeg van de verschillende partijen is langzamerhand een eerste opzet van het KPI framework tot stand gekomen.

Toen alle interviews gehouden waren en er een eerste opzet van het KPI framework was zijn er verschillende bedrijven uitgenodigd voor twee feedbacksessies. Één van de feedbacksessies was voor lokale aanleveringen en de andere voor aanleveringen middels Road Feeder Services (RFS). Met de feedback van de verschillende partijen zijn twee verschillende KPI frameworks tot stand gekomen waarmee de aanleverprestaties van exportvracht op Schiphol gemeten konden worden.

Ik wil alle geïnterviewde partijen bedanken voor het meewerken aan mijn onderzoek. Alle medewerkers en stagiairs van ACN worden bedankt voor deze leerzame en gezellige periode. In het bijzonder wil ik Ben Radstaak, Jeroen Hagens en Thierry Verduyn (HvA) bedanken voor de begeleiding en Maarten van As omdat voor het aanwezig zijn tijdens de verdediging van mijn scriptie in Vlissingen (!!). Het was een zeer leuke leerzame periode waar ik met goede herinneringen naar zal terugkijken.

Onderzoeksrapport KPI Framework Landside Pickup Delivery

Raymond Kloet, juli 2019

Stijn Nobel – Optimalisatie van de luchtvrachtketen: Het afhandelingsproces bij de afhandelaar

Het afgelopen halfjaar heb ik ter afsluiting van mijn opleiding Logistics Management een afstudeeronderzoek uitgevoerd bij Air Cargo Netherlands (ACN). De wachttijden bij de afhandelaars tijdens het aanleveren van exportvracht stonden hierbij centraal.

In het begin van mijn afstudeerperiode was de scope van het onderzoek nog veel te groot en te globaal. Het heeft even geduurd voordat ik uiteindelijk het onderzoek heb kunnen inperken tot een duidelijk onderwerp. Vanaf dat moment was ik in staat om gericht naar informatie te zoeken omtrent de wachttijden. Middels interviews, observaties en literatuuronderzoek is alle benodigde informatie verzameld.

Het doel van het onderzoek was om de onderliggende oorzaken van de wachttijden in kaart te brengen alvorens gezocht kon worden naar een oplossing. Uit dit onderzoek is gebleken dat de manier waarop het proces bij de afhandelaar is ingericht, de oorzaak is van de wachttijden. Door het ontbreken van belangrijke data bij de afhandelaar over vracht die wordt aangeleverd, kan er door de afhandelaar pas worden gehandeld wanneer de vrachtwagenchauffeur aan de documentenbalie staat (controles en beslissingen over het vervolgtraject). Hierdoor wordt de afhandelaar als het ware het ‘afvoerputje’ van de luchtvrachtketen. Door grote hoeveelheden op hetzelfde moment (piekmomenten) raakt het afvoerputje verstopt.

In de aanbeveling die is gedaan aan ACN, staat dat de hoeveelheid data die gedeeld wordt in de keten moet worden verhoogd. Daarnaast zou de afhandelaar meer de macht in handen moeten krijgen door te kunnen bepalen welke vracht er op welk moment naar de afhandelaar mag komen. Van een PUSH naar een PULL-strategie dus. Hiervoor is de mogelijkheid om een bufferzone in te zetten, onderzocht.

Het afgelopen halfjaar is zeer leerzaam geweest. Naast het afnemen van interviews heb ik een kijkje mogen nemen in de dagelijkse operatie van verschillende partijen uit de luchtvrachtketen. Dit heeft zeker een positief effect gehad op het resultaat van mijn onderzoek. Ik wil iedereen daarvoor onwijs bedanken. Tot slot wil ik ook de medewerkers van ACN bedanken voor de gezellige en leerzame periode!

Bekijk hier het onderzoeksrapport

Stijn Nobel, juli 2019

Mark Griffioen – Innovation Air Cargo Industry

As part of completing the bachelor degree in Aviation Operations at the Amsterdam University of Applied Sciences, a graduate internship during the last year is mandatory. I had the opportunity to fulfil this part of my study at Air Cargo Netherlands (ACN). To compete against other airports to become the most preferred airport for transporting air cargo, the Dutch cargo industry is continuously improving by executing innovation projects. During the graduation phase I have been asked to research what the impact is of the current manner of executing these innovation projects.

By interviewing people from the air cargo industry involved in innovation projects it became clear that there are several reasons for not completing innovation projects successful. By dividing the innovation process into three phases these reasons are assigned to the different phases of the desired process of innovation: 1) creating a climate for change, 2) engaging and enabling the whole organization and 3) implementing and sustaining change. Mainly in the first phase of the innovation process, there is a lot room for improvement.

A special thanks is extended to the members of Air Cargo Netherlands for supporting this research project and giving me the opportunity. Also a thanks to all people from the industry that gave me opportunity to interview them.

Mark Griffioen, July 2019

Click here for the full report

Jeandrick Clemensia: – Air cargo chain can benefit from obtaining data in advance

I am truthfully grateful for the opportunity received by ACN, this has helped me to finalize the last part of my study. When dealing with digital innovations and changes in the air cargo industry, a full overview and understanding of the processes is required. The opportunity to gain more experience on this field has been offered by ACN in collaboration with Cargonaut. As an intern, one of the most valuable things to experience during the last step is to be able to explore and fine tune your own vision and understanding of the subject. This experience started packed with an extensive network of professionals offered directly by ACN and a staff with a very diverse background to consult when in doubt.

My research was based on plotting and creating an overview of the added value after the implementation of automated shipment nomination at Schiphol. The internship has been performed in collaboration with another student, my part of the research was mainly focused on the advantages for the Ground Handling Agents and the hauliers. Digital innovations in air cargo handling has been growing worldwide at a stagnant pace. As a result, the same data has to be entered multiple times at different links in the chain when handling air cargo.

As a basic guideline, it can be considered that the physical flow of incoming freight moves along with the flow of information. This means that the freight documents will arrive simultaneously with the freight itself. The air cargo chain can benefit of obtaining data in advance by implementing this type of innovations. As a result, every link in the chain may improve their planning on different factors with the goal to become more efficient. The main elements are then to obtain a solid data quality, in advance and also to eradicate human errors of manual data entry. The research showed that the parties involved will have to work closer together to obtain maximum profitability. There are also some other factors mentioned that requires attention in order to strengthen the chain as a whole at Schiphol.

By embracing projects like this, Schiphol Group and ACN are continuously trying to invest and developing smart methods to maintain their competitive position in the air cargo industry. Furthermore, it is a vital contribution for the future professionals to collaborate and offer the guidance for possible new ideas.

To conclude, I would like to give a special thanks to the different stakeholders that contributed to the research with any form of data and information. Also, a huge thanks to the ACN staff for the support and pleasant environment during my internship.

Jeandrick Clemensia, Augustus 2019

Click here for the full report

Jonas Delen – Toegevoegde waarde van automatisch nomineren

Ter afsluiting van mijn opleiding Aviation Studies aan de Hogeschool van Amsterdam heb ik mijn afstudeerscriptie bij ACN mogen maken. De afstudeerstage liep over een periode van september 2018 tot april 2019. Mijn onderzoek was gefocust op de toegevoegde waarde van automatisch nomineren voor de expediteurs en welke risico’s met het delen van data in de keten gepaard gaan. Dit heeft geleid tot de volgende onderzoeksvraag: Which processes can freight forwarders improve after implementing Automated Shipment Nomination, what are the benefits from these process improvements and what are the risks of this new type of information sharing for the supply chain?

Automatisch nomineren is een project van Cargonaut. Met automatisch nomineren komt er een database met een centraal stationsverklaringsbestand. De nominatie tool kan, via het centraal stationsverklaringsbestand, zendingen voor landing van het vliegtuig koppelen aan de juiste expediteur.

Jeandrick Clemensia, een andere afstudeerder van de HvA, onderzocht de voordelen van automatisch nomineren voor de afhandelaren en vervoerders. Samen hebben wij in de eerste weken van ons onderzoek verschillende afhandelaren, vervoerders en expediteurs geïnterviewd. Deze interviews hebben onze kennis over de hele keten verbreed en gaven ons inzicht in de interne processen bij verschillende partijen.

Gebaseerd op verschillende interviews en observaties zijn uiteindelijk drie procesverbeteringen opgesteld die kunnen worden gerealiseerd door middel van automatisch nomineren:

1. Eerder inzicht in part shipments
2. Betere planning van het vracht ophalen bij de afhandelaar
3. Flexibele slot tijden bij de afhandelaar

Deze drie procesverbeteringen leiden tot een verbeterd eindproduct: meer klanttevredenheid.

Ook blijkt uit het onderzoek dat, om deze verbeteringen te kunnen realiseren, er veel samenwerking tussen alle partijen in de keten zal moeten zijn. Wanneer iedereen bereid is samen te werken en enkele concessies te doen, ben ik er zeker van dat alle partijen in de keten uiteindelijk de vruchten zullen plukken.

Het afstuderen bij ACN was een leerzaam, en vooral ook heel interessant, project. Iedereen bij ACN was altijd zeer enthousiast en behulpzaam. Ook de respondenten toonden interesse in het onderzoek en stelden zich open op gedurende de interviews. Daarom wil ik graag iedereen die heeft geholpen tijdens het onderzoek bedanken. Met name ACN voor de ondersteuning en tips gedurende het onderzoek.

Bekijk hier het eindrapport

Jonas Delen, juli 2019

Max van Iersel – KPIs for ground handlers at Amsterdam Airport Schiphol

During the final stage of my study (Aviation Academy) I decided to do my graduation research for the Royal Schiphol Group in cooperation with ACN. During this graduation research I wrote my thesis on creating a benchmark of Key Performance Indicators (KPIs) for ground handlers after conducting field research at Amsterdam Airport Schiphol and Air Cargo Netherlands (ACN).

During the research, many different KPIs were defined, but they were primarily focused on the throughput time of freight at the ground handler’s warehouse and truck congestion. These KPIs were defined with the input of over 35 interviewed stakeholders of the Cargo Supply Chain of Schiphol Airport. The final benchmarked KPIs are shown below:
• Actual Time of Arrival (ATA) till Received Cargo from Flight (RCF)
• Received Cargo from Flight (RCF) till Notification for Delivery (NFD)
• Notification for Delivery (NFD) till Delivered to the Customer (DLV)
• Received Cargo from Shipper (RCS) till Shipment Departed on Flight (DEP)
• Gate in till Gate out
• From truck entering the line at the Ground Handler till – gate in Ground Handler
The shown KPIs are able to measure different processes of the Ground Handlers. For example, Gate in till Gate out, which represents the total time that a truck is present at the Ground Handler
To briefly summarize my research, there is a demand for a Key Performance Indicators index within Schiphol’s Community and there are different well defined and measurable KPIs that can add value and create a better insight of the bottlenecks of the GHs.
Finally, I would like to thank all involved stakeholders that gave me the opportunity to interview them.

Click here for the full report

Max van Iersel, Januari 2019

Alexander Borst – Onderzoek over het verminderen van de wachttijden

Voor mijn opleiding Aviation Academy aan de Hogeschool van Amsterdam heb ik mijn afstudeeronderzoek gedaan bij ACN. Ik deed dit in de periode februari 2018 tot juli 2018.
Het onderzoek ging over het verminderen van de wachttijden bij de afhandelaren. Doordat de vracht op Schiphol steeds meer wordt, ontstaan er bij de afhandelaren lange wachtrijen en dit resulteert in hoge kosten in de luchtvrachtketen.

Omdat ik mijn derdejaars stage bij een expediteur heb gelopen, had ik al een aardig beeld van de luchtvrachtketen. De eerste weken heb ik diverse interviews gehouden met leden van de ACN-sectorraad expediteurs, airlines, afhandelaren en vervoerders. Ook ben ik bij onze zuiderburen gaan kijken hoe zij de processen verwerken en of zij dezelfde problemen ondervinden. Door deze interviews kreeg ik een nog beter beeld van de keten en knelpunten.

Door de verschillende sectorraden bij het onderzoek te betrekken kwam er een duidelijk beeld naar voren van de behoefte voor verbetering van de keten. Naar aanleiding hiervan ben ik samen met de vervoerders gaan onderzoeken of er een mogelijkheid is om een cross-dockloods te realiseren, zodat er uitsluitend volle trailers naar de afhandelaren gaan.

Aan de hand van de verkregen data van de vervoerders, zou er een truck besparing van 20% gerealiseerd kunnen worden. Ook zal de drukte bij de afhandelaren afnemen.
Echter is de conclusie dat de kosten voor het huren van een nieuwe loods en het aannemen van personeel hier niet tegen opwegen.

Dit onderzoek heeft bewezen dat de samenwerking tussen de verschillende vervoerders nut heeft, zij gaan nu verder kijken of er een andere mogelijkheid is om de vracht samen te voegen. Het was mooi om te zien dat iedereen enthousiast was over het idee en dit zorgde voor goede discussies tijdens de vergaderingen, wat mijn onderzoek zeker ten goede is gekomen.

Mijn afstudeerstage was een leerzame periode waar ik een hoop enthousiaste mensen heb leren kennen die een passie hebben voor de luchtvracht. Ik wil iedereen die heeft meegeholpen aan het onderzoek bedanken en met name de medewerkers van ACN voor de fijne tijd.

Alexander Borst, Juli 2018

Bekijk hier het rapport

Ruben de Boer – Ontwikkeling van een economische monitor voor de toegevoegde waarde van luchtvracht

Bij mijn Master Urban, Port and Transport Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam had ik de keuze om stage te lopen voor mijn afstudeerscriptie. Hier heb ik gebruik van gemaakt door mijn scriptie bij ACN te schrijven van maart tot eind juli 2018, dit heeft mijn scriptie een stuk concreter en tastbaarder gemaakt.

Ik kwam bij ACN terecht door het nieuws over het tekort aan ruimte op Schiphol waarbij vracht harder geraakt werd dan passage door het verlies van slots. Hierbij was ik benieuwd wat de schade in toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie zou zijn door het mogelijke uitwijken van vrachtvluchten naar het buitenland. Echter, bleek de toegevoegde waarde van luchtvracht nog niet bekend te zijn en was dit onderzoek nog niet haalbaar. De toegevoegde waarde en werkgelegenheid voor zeehavens wordt wel jaarlijks bijgehouden door de “Havenmonitor”, hiermee wordt er meer inzicht verkregen in ontwikkelingen en invloed van veranderingen van bijvoorbeeld regelgeving. Bij Schiphol zijn alleen het aantal (vracht) vluchten en aantal tonnen per jaar bekend, dit geeft veel minder informatie. Hierdoor is het idee ontstaan om een soortgelijke economische monitor op te zetten als de Havenmonitor, maar dan voor luchtvracht waarin jaarlijks de werkgelegenheid en toegevoegde waarde geschat wordt. Het doel van mijn onderzoek was om een methode te ontwikkelen waarmee een soortgelijke monitor opgezet kan worden en daarmee een eerste indicatie te doen voor de jaren 2010 en 2015.

Voor mij was zowel luchtvracht als het ontwikkelen van zo’n methode nieuw en heeft daarom wat voorbereiding nodig gehad door mijzelf in te lezen en veel mensen te spreken om hiermee bekend te raken. ACN kwam hierbij natuurlijk erg goed van pas om de keten van luchtvracht te begrijpen en de juiste connecties te leggen. Dit was erg belangrijk voor mijn onderzoek om te weten welke activiteiten meegenomen moeten worden voor het berekenen van de toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Uiteindelijk heb ik methodes van eerdere onderzoeken naar toegevoegde waarde van bijvoorbeeld heel Schiphol met extra toevoegingen kunnen combineren tot een nieuwe methode voor luchtvracht. Hiermee is er een basis gelegd die verder verfijnd kan worden waarbij de punten voor verder onderzoek kunnen worden aangegeven. Daarnaast is met deze methode de toegevoegde waarde en werkgelegenheid geschat voor 2010 en 2015.

Tijdens mijn onderzoek heeft ACN meerdere geïnteresseerden geworven die (mogelijk) een deel willen bekostigen voor deze jaarlijkse monitor. De voortgang hiervan kreeg ik te horen tijdens mijn onderzoek, dit maakte het een stuk tastbaarder en leuker om aan het onderzoek te werken. Daarnaast heb ik voor deze groep (waaronder Schiphol en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) mijn resultaten mogen presenteren waarna nog een leuke discussie ontstond. Ik hoop natuurlijk dat deze monitor van de grond komt en nog vele jaren zal bestaan!

Al met al heb ik een erg fijne en leerzame tijd gehad bij ACN, zowel door de medewerkers bij ACN als het onderzoek zelf. Daarom wil ik jullie hiervoor enorm bedanken!

Ruben de Boer, Juli 2018

Bekijk hier het rapport

Rozemarijn Veldhuis – Milkrun export levert beperkte tijdsbesparing op, maar belooft toch meer

Van november 2017 tot en met juni 2018 heeft Rozemarijn Veldhuis bij ACN een onderzoek gedaan om haar master Business Analytics aan de Vrije Universiteit af te ronden. Dit onderzoek was gericht op het wegtransport van exportvracht tussen de 2e en 1e linie loodsen op Schiphol. Hier volgt een kort verslag.

“Al tientallen jaren speelt er het probleem dat er op piekmomenten lange wachttijden zijn voor transporteurs om de vracht te laden of te lossen bij de loodsen van de afhandelaars. De aan- en afvoer van luchtvracht is niet afgestemd op de capaciteit van de afhandelaars loodsen (dockdeuren en personeel). Om dit probleem te verminderen is enkele jaren geleden voor de import een Milkrun geïntroduceerd. Deze een Milkrun is een dienst van de afhandelaar die geselecteerde zendingen bij verschillende expediteurs aflevert via een rondrit.

In mijn onderzoek heb ik onder andere gekeken naar het effect van een export Milkrun op de transporttijden. Omdat ik geen achtergrond heb in de luchtvracht, stonden de eerste maanden vooral in het teken van het verdiepen in het probleem en het vergaren van basiskennis over de belangrijkste processen in de luchtvrachtketen. Dit heb ik gedaan door middel van het lezen van boeken en rapporten, de beschikbare kennis binnen ACN en bedrijfsbezoeken bij diverse leden.

Met name de bezoeken bij expediteurs, afhandelaars en wegtransporteurs gaven mij veel nieuwe kennis en inzicht in de huidige situatie op en rondom Schiphol. Op basis van de verkregen informatie over het huidige proces heb ik een versimpeld model opgesteld om de huidige situatie na te spelen, een zogeheten simulatiemodel. Dit model maakt het mogelijk om de prestatie te meten voor verschillende transport strategieën. Tot zover is in het model alleen de transporttijd bekeken, dit kan echter uitgebreid worden.

In mijn erg versimpelde model met slechts één afhandelaar, twee expediteurs en relatief weinig zendingen komt naar voren dat een Milkrun export een tijdsbesparing van 1% oplevert ten opzichte van de huidige situatie. Gezien de kleine setting van het onderzoek, is dit toch een veelbelovend resultaat! In de toekomst zou dit simulatiemodel uitgebreid kunnen worden om het realistischer te maken voor de situatie op Schiphol. Het onderzoeksverslag is hier te lezen.

Het afstuderen bij ACN was een zeer leerzaam project, waarin ik een kijkje heb mogen nemen in de luchtvrachtwereld. Ik wil alle medewerkers van ACN en bedrijven ontzettend bedanken voor de tijd en medewerking. Dit heeft ervoor gezorgd dat mijn onderzoek succesvol is verlopen.”

Rozemarijn Veldhuis, juli 2018

Flavia Buso – Milkrun process can be further improved if forwarders expedite shipment delivery selection

In collaboration with ACN, Master student Flavia Buso from the University of Mannheim (Germany) shed new light on the Milkrun with her graduation thesis. The study, conducted over a 4-month period, revolves around ground operations for Milkrun import shipments and seeks to address how to effectively reduce delays in shipment delivery. The problem is examined by using a simulation model of the Milkrun service process, specifically developed based on ground operations at Menzies Aviation. The main findings and recommendations from the study are summarized below in 5 key take-aways.

1.    The most effective process improvement can be realized if forwarders comply with the given time frame for shipment delivery selection.
2.     Further performance improvement can be achieved by guaranteeing perfect shipment data at least 1.5 hours before ATA.
3.     Sending all Milkrun requests much earlier than 2.5 hours after ATA adds limited value.
4.     Additional trucks allocated for delivery are beneficial, but add less value than selecting shipments on time.
5.     The Key Performance Indicator for lead time should be modified to monitor service quality more accurately.

The full master thesis and a demonstration of the simulation model and the experiment developed with AnyLogicTM are available at the following links:

  • Analyzing the “Milkrun” Service Process for Inbound Freight at Schiphol Airport with Queuing Theory and Simulation

Flavia Buso, augustus 2017

Tom

Tom Hoogschagen – Supply Chain Control Tower interessant concept voor Milkrun Export

Ter afsluiting van de opleiding Aviation Logistics heb ik het afgelopen jaar bij ACN mijn afstudeeronderzoek uitgevoerd. Gezamenlijk met Jasper Snels was ons onderzoek gefocust op de Milkrun. Jasper deed onderzoek naar optimalisatie van het huidige Milkrun proces. Het doel van mijn onderzoek was het analyseren van de haalbaarheid en de mogelijkheden voor een Milkrun op export.

Door mijn werkervaring bij Panalpina ben ik bekend geraakt met het Milkrun concept. De Milkrun is een innoverend concept op Schiphol, daarom leek het mij interessant en uitdagend om onderzoek te doen naar de mogelijkheden op export. Op dit moment wordt de import milkrun truck namelijk gelost bij de expediteur en rijdt deze leeg terug naar de afhandelaar. Het huidige milkrun concept bespaart al veel trucks, maar als export mee kan zal dit resulteren in een significante reductie truckbewegingen.

Gedurende de oriënterende fase van het onderzoek was het belangrijk om alle huidige Milkrun processen in kaart te brengen, aangezien export een verlengde is van de import Milkrun. Dit hebben wij gedaan door de processen bij beide afhandelaars te observeren. Tevens was het belangrijk om een goed beeld te hebben van de exportprocessen bij verschillende expediteurs. De connecties van ACN maakten het mij mogelijk om eenvoudig in contact te komen met verschillende bedrijven om op die manier de processen van expediteurs te analyseren.

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat een Supply Chain Control Tower zeer interessant zou zijn voor de deelnemende partijen. Deze Control Tower dient import en export van alle deelnemende partijen zo efficiënt mogelijk met elkaar te combineren wat zorgt voor een reductie in truck bewegingen bij de afhandelaar en de expediteur. Het is zeer uitdagend om dit concept te implementeren. Daarom dient er eerst gekeken te worden of de Milkrun op export werkt bij één afhandelaar.

In mei is er een pilot gestart tussen Menzies en Nippon om export vracht mee retour te nemen in het huidige Milkrun concept. Na de start van de pilot waren er een paar kleine problemen. Zo kwam het een enkele keer voor dat er geen import truck richting Nippon gepland stond terwijl ze wel export hadden. Dit is opgelost door een import truck door te laten rijden naar Nippon vanaf het dichtstbijzijnde los punt. Verder is deze pilot succesvol verlopen.

Het was voor mij een leuke en leerzame stageperiode. Het was leuk om te zien dat verschillende bedrijven geïnteresseerd waren in mijn onderzoek. Zonder deze enthousiaste bedrijven was de pilot nooit van de grond gekomen. Samen met mijn medestudenten, werknemers van ACN en bedrijven waar ik mijn onderzoek heb verricht heb ik een mooie tijd gehad. Bedankt!

Tom Hoogschagen, juni 2016

Sem

Sem van Es – Meer voordelen eLink met eAccept: het digitale alternatief van de ACN bon

Mijn opleiding Aviation Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam heb ik afgerond met een afstudeerstage bij ACN met een lengte van vijf maanden. Het onderzoek begon in februari 2016 en was gefocust op eLink vanuit het perspectief van de afhandelaars op Schiphol. Dit project heb ik in samenwerking gedaan met twee andere studenten die het vanuit de perspectieven vanuit de vervoerders en expediteurs uitvoerden. Gezamenlijk was het doel om het gebruik van eLink te stimuleren door onderzoek te doen naar de huidige situatie en vanuit hier quick-wins en adviezen aan te dragen. Hierbij werd voornamelijk gekeken naar twee KPI’s, het percentage eLink aanleveringen van het totaal aantal ExAms en het eLink afhandelingspercentage bij de afhandelaar.

Het begin van de stage vereiste flink wat tijd om in te komen. Aangezien ik mijn vorige stage in een andere sector heb gelopen, moet ik nog veel leren over de luchtvrachtsector. Gelukkig kon ik dit snel oppikken met de hulp van mijn medestudenten.

Het onderzoek bestond vooral uit interviews en meekijken bij de bedrijven. Op die manier konden we de problemen vinden waar eLink mee te kampen heeft. Awareness en motivatie was het voornaamste probleem, naast de kleinere punten zoals hard- & software problemen en missende systeemfuncties.

Om de awareness te verbeteren hebben we bijvoorbeeld specifieke en zo kort mogelijke handleidingen uitgereikt en ook eLink cursussen gegeven. Om meer voordelen te creëren en zo de aanlevering en acceptatie van eLink te stimuleren is eAccept bedacht. eAccept omvat een multilaterale overeenkomst waarbij eLink het digitale alternatief wordt van de ACN bon en daarbij het rode draad in het aanlever proces. Hiermee kan eLink verder groeien richten de potentie die het systeem heeft.

Gedurende deze periode heb ik erg veel geleerd van de luchtvaartsector. Uiteraard leren we op school de theorie, maar met de praktijk erbij kun je de kennis veel beter relativeren. Het feit dat ACN met veel verschillende bedrijven door de gehele luchtvracht keten werkt en deze samen laat komen zorgde er onder andere voor dat we met veel bedrijven in contact konden komen en hier ook van konden leren.

Samen met m’n medestudenten en de mensen van ACN hebben we mooi resultaat kunnen boeken en bovenal een mooie tijd gehad. Bij deze wil ik hen dan ook bedanken voor deze leuke periode en uiteraard ook voor de kans om mijn opleiding bij ACN af te ronden.

Sem van Es, juni 2016

Jasper

Jasper Snels – Optimalisatie Milkrun importproces met de Lean methode: het kan beter en sneller!

Ter afsluiting van mijn hbo-bachelor Aviation Studies heb ik de afgelopen maanden mijn afstudeeronderzoek bij ACN uitgevoerd. Het doel van het onderzoek was realiseren van een optimalisatie voor het huidige Milkrun importproces.

De eerste weken van de stage bestond voornamelijk uit het bekend worden met het concept van de Milkrun en het analyseren van de bijbehorende data. Voor het analyseren is het gehele Milkrun proces in delen opgedeeld waardoor er per deel van de keten naar afwijkingen kan worden gezocht. Hieruit kwam naar voren dat het proces waarin de Milkrun truck wordt gereed gemaakt veel tijd in beslag neemt en daardoor de gehele keten vertraagd. Om deze reden heb ik mijn onderzoek gericht op het fysieke proces bij de afhandelaar met betrekking tot het verzamelen van de vracht en deze in de Milkrun truck te laden.

Het onderzoek begon met het in kaart brengen van de stappen die benodigd zijn in het huidige proces om een Milkrun truck te laden door middel van een observatie bij de import van Menzies Aviation. Tijdens deze observatie waren voornamelijk de stappen die menselijk handelen of bewegingen benodigd hebben interessant. Ook was het belangrijk om met medewerkers te praten die dagelijks werken in het proces of zij bepaalde handelingen omslachtig vinden en of het huidige proces prettig werkt.

De Lean methode is een belangrijke methodiek voor dit onderzoek. Uit de analyse van het proces bij de afhandelaar is gebleken dat er een aantal stappen zijn die worden uitgevoerd maar geen direct effect hebben op het eindresultaat. Volgens de Lean methode horen deze stappen geëlimineerd te worden om zo een efficiëntere keten te creëren. Voornamelijk de bewegingen tussen vaste locaties in de loods, met als doeleinde het plannen van de truck, zorgen voor grote inefficiëntie. Door middel van het integreren van een handheld in het proces kunnen deze bewegingen worden geëlimineerd door het middel naar het proces te halen. Het is geschat dat deze oplossing tot wel één uur in het proces kan besparen.

Momenteel worden er nog aanpassingen gemaakt op het gebied van ICT waarbij Menzies’ loods informatie naar de Milkrun portal wordt doorgezet alvorens de handheld geïmplementeerd kan worden. Zodra de pilot begint kan de data worden vergeleken met de data van het huidige proces zodat de schatting van één uur besparing kan worden gecontroleerd en eventuele problemen die de integratie met zich meebrengt worden verholpen.

In de afgelopen maanden heb ik veel geleerd van mijn stage bij ACN. Je komt met veel verschillende bedrijven in contact wat erg leerzaam is om de gehele industrie te leren kennen. Daarnaast is de Milkrun een mooi, nieuw en uniek concept op Schiphol en ik vond het ontzettend leuk dat ik daaraan heb mogen meewerken. Tijdens de zomer zal ik samen met een andere stagiair van eLink de projecten Milkrun en eLink doorzetten en overdragen aan de nieuwe lichting studenten die in september zullen beginnen. Verwacht wordt dat de handheld implementatie deze zomer nog zal plaats vinden dus hierdoor kan ik de pilot zelf nog meemaken.

Jasper Snels, juni 2016

AAEAAQAAAAAAAAOXAAAAJDdmODhhY2FjLTczOGYtNDU2Ni04MjQxLThmMjE5MmQyMmI3NQ

Dirk Beenhakkers – Uitbreiding eLink met eAccept aan de dockdeur levert nieuwe voordelen

Het laatste half jaar van mijn studie Aviation Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam heb ik stage gelopen bij ACN. Als afstudeerder ben ik gekoppeld aan het eLink project. eLink is een al lopend proces dat het export aanleverproces papierloos maakt en optimaliseert. Dit project heb ik samen met twee andere afstudeerders gedaan. Ieder nam één sector voor zijn rekening, in mijn geval de vervoerders.

Door mijn vorige stage bij KLM Cargo ben ik in aanraking gekomen met ACN. Door de ervaring die ik daar heb opgedaan ben ik ook aan het eLink project gekoppeld. Bij KLM Cargo heb ik me bezig gehouden met het e-Freight project wat meerdere overeenkomsten heeft met eLink. Hierdoor had ik al de nodige ervaring in de luchtvracht.

Het onderzoek begon met het in kaart brengen van de huidige situatie van eLink bij de verschillende sectoren door middel van data analyse en praktijk onderzoek. Voor mij was het belangrijk om te zien wat de situatie bij de vervoerders is en hoe zij tegen eLink aankijken. Uiteindelijk is het ook heel belangrijk om te kijken naar het eindstation, de afhandelaar. Hierdoor is er veel samenwerking geweest met Sem van Es, die de afhandelaars voor zijn rekening nam.

Uit de huidige situatie analyse kwam naar voren dat het daadwerkelijke percentage eLink lager ligt dan gedacht. Daarnaast wordt ook maar de helft van alle eLink zendingen daadwerkelijk afgehandeld als eLink zending. Dit is natuurlijk een van de meest belangrijke redenen waarom de voordelen niet zichtbaar worden. eLink is geen prioriteit bij de verschillende stakeholders. Dit probleem hebben we aangestipt als meest belangrijke uitdaging. Door eLink weer prioriteit te maken en de kwaliteit van de huidige eLink zendingen te verhogen hopen we daarna een stijging in eLink aanlevering te zien.

Uiteindelijk is ervoor gekozen om het huidige eLink proces uit te breiden naar de loods. eLink heeft al de mogelijkheid om een zending te discharge in de loods. Dit houd in dat de overdracht wordt vervangen door middel van een digitale handdruk in plaats van de ACN bon. Bij WFS is dit al de huidige situatie dus het is niet geheel nieuw. Door het industrie breed via een multilaterale overeenkomst te implementeren hopen we een nieuw voordeel aan eLink te koppelen, meer awareness bij eLink zendingen te creëren en minder papier te gebruiken. Dit zal allemaal onder de noemer van eAccept vallen.

Op het moment van afstuderen zitten we nog in de pilotfase van eAccept. Bij WFS is het dus al mogelijk onder de voorwaarde die zij gesteld hebben. Menzies Aviation en KLM Cargo zullen de volgende afhandelaars zijn die zich aansluiten. Op korte termijn zullen we eAccept met alle drie de afhandelaars tegelijkertijd starten. Verschillende expediteurs hebben ook al aangegeven mee te zullen doen met eAccept zoals: Rhenus Logistics, DB Schenker en Blue Water Shipping.

Door stage te lopen bij ACN ben ik in contact gekomen met ontzettend veel mensen in de luchtvracht. Het heeft ervoor gezorgd dat mijn stageperiode leerzaam, leuk en enerverend is geweest. Je leert de hele industrie kennen en leert veel van elke verschillende sector. Tijdens de zomer zal ik samen met een stagiair van de Milkrun beide projecten doorzetten en overdragen aan de nieuwe stagiairs in september. eAccept zal hopelijk na de zomer daadwerkelijk gaan beginnen.

Ik heb dit half jaar veel geleerd en het is super om te eindigen met een concrete oplossing die we met het hele eLink team ook nog eens zelf mogen implementeren. Dit hadden we natuurlijk niet gekund zonder de goede begeleiding bij zowel ACN als de HvA. Hiervoor wil ik ze ook bedanken. ACN zorgt voor een fijne werkomgeving en ondersteunt overal waar nodig. Maar daarnaast verwachten ze wel zelfstandigheid waardoor je zelfstandig leert werken in de luchtvracht.

Dirk Beenhakkers, juni 2016

Student 1

Mark Vleij – Verbeteren luchtvrachtketen Schiphol met een modern IT platform

Voor de afronding van mijn opleiding Aviation Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam, heb ik gedurende een periode van zes maanden een afstudeeronderzoek uitgevoerd bij ACN. Het doel van het onderzoek was het verbeteren van de luchtvracht keten op Schiphol door middel van een IT platform.

Gedurende de eerste periode van mijn stage zijn er wat moeilijkheden ondervonden. Dit was vooral te verklaren door het feit dat er geen duidelijke onderzoeksrichting bepaald kon worden. Naarmate het onderzoek vorderde en steeds meer informatie bekend werd, kwam er een duidelijk einddoel in zicht waar naartoe gewerkt kon worden. Om deze informatie te verkrijgen moesten vooral veel marktpartijen benaderd worden, waarbij het netwerk van ACN een uitkomst bood. Verder heeft ACN mij de mogelijkheid gegeven om andere luchthavens, zoals Brussels airport, Parijs Charles de Gaulle en Frankfurt am Main te mogen bezoeken, om te analyseren hoe processen elders verlopen en wat voor ontwikkelingen in IT platformen er hier te zien waren.

Uit het onderzoek komt naar voren dat marktpartijen graag standaardisatie, digitalisatie en transparantie in een ideale situatie terug zien komen. Verder moet het IT platform de neutraliteit en security garanderen, moet er meer competitie komen en liever geen monopolie. Als laatste punten werd genoemd de kwaliteit van data en dat de data die gedeeld wordt operationeel moet zijn. Hiernaast is het huidige platform Cargonaut vergeleken met andere communicatie platformen van andere luchthavens en zeehavens. Vergeleken met andere luchthavens loopt Cargonaut ver voor, maar zijn andere luchthavens wel bezig met ontwikkelingen, waarvan Cargonaut zou kunnen profiteren. Zo zijn andere platformen bezig met een social media concept, waarbij community’ s snel en gemakkelijk uitgebreid kunnen worden of waarbij een bedrijf met zijn account van het ene community platform in kan loggen bij een ander community platform, om data uitwisseling tot stand te brengen. De andere platformen zijn ook bezig om het autorisatie proces door bedrijven zelf uit te laten voeren, zodat bedrijven zelf kunnen bepalen wie welke data mag inzien. Een heel sterk punt  waar Cargonaut zich mee onderscheid ten opzichte van de rest is het “zelf reinigende proces” e-Link, waarbij de kwaliteit van data toeneemt. De laatste uitkomst van het onderzoek is dat het in de luchtvracht keten vooral gaat om samenwerken en vertrouwen, want technisch is het allemaal mogelijk.

Graag wil ik iedereen bedanken die tijd vrij heeft gemaakt om mij te helpen bij mijn onderzoek. Verder wil ik het team van ACN bedanken voor de gezellige periode en mogelijkheden die mij aangeboden zijn.

Mark Vleij, juli 2015

Student 2

Sytse Kamminga – Vergroting capaciteit luchtvrachtafhandeling door directe aanlevering complete ULD’s

Vanuit de opleiding Aviation Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam, heb ik het afgelopen halfjaar mijn afstudeeropdracht (met succes!) uitgevoerd bij ACN. Het eerste doel van het onderzoek was het ontwikkelen van een concept voor een nieuwe indeling van de afhandelingsprocessen van luchtvracht op Amsterdam Airport Schiphol en hierdoor de luchtvracht keten te verbeteren. Ten tweede moest onderzocht worden of de voorspelde capaciteitstekorten op de eerste-linie afhandeling van de luchthaven tot 2040 verholpen worden door implementatie van dit concept.

De afstudeerstage bij ACN was voor mij beide uitdagend en leerzaam. Ik heb tijdens deze stage veel over de luchtvrachtketen in nationaal- en internationaal opzicht geleerd en ik denk dat er binnen dit werkveld veel mogelijkheden zijn om de tijdens mijn studie opgedane kennis toe te passen. De grote uitdaging voor mij tijdens de afstudeerstage was de zeer brede opzet van het onderzoek. Wat achteraf gezien logisch is gezien dat ACN als brancheorganisatie met een brede blik naar problemen binnen de luchtvracht moet kijken. Om dit mee te nemen in mijn onderzoek is als hoofd-onderzoeksmethode open interviews gekozen. Hierin bood het netwerk van ACN een goede uitkomst voor een stagiair om de benodigde partijen te benaderen.

Gedurende de stageperiode heeft ACN het ook mogelijk gemaakt om op Europees niveau de verschillende nieuwe afhandelingsconcepten op “concurrerende” luchthavens te onderzoeken. Hieruit kwam naar voren dat in Nederland de verschillende partijen qua samenwerking en ICT voor lopen. Maar, ook op de luchthavens Brussels Airport, Paris Charles de Gaulles en Frankfurt am Main zijn interessante ontwikkelingen gaande.

Door de brede opzet van het onderzoek duurde het even voordat ik tot een concept kwam om uit te werken, wat voor enige vertraging zorgde. Echter toen ik gefocust onderzoek kon gaan doen op één onderwerp kwam er vaart achter. Als concept is onderzocht of het mogelijk is om op grote schaal expediteursbedrijven in een gecentraliseerde locatie direct vanuit hun warehouse toegang te geven tot airside, zoals Rhenus Logistics en Panalpina op dit moment al toepassen. Op deze manier (waar mogelijk) de eerste-linie loodsen omzeilen en de afhandelaar de vracht direct bij de airside grens aan het warehouse van de expediteur op te laten halen. Dit betreft alleen de vracht die volledig geconsolideerd is op ULD’s. De grootste uitkomst van het onderzoek is het conceptuele framewrok van dit concept, dit framework bevat alle randvoorwaarden voor dit concept. Deze randvoorwaarden zijn vastgesteld door middel van literatuuronderzoek en een analyse van de afgenomen interviews met partijen van alle sectoren binnen ACN.

Een tweede uitkomst van het onderzoek is een analyse van de voor- en nadelen die voortkomen uit de implementatie van dit concept. Uit het onderzoek blijkt dat als expediteur een kostenvoordeel behaald kan worden op de On Airport Transport (OAT) kosten, dit doordat levering van geconsolideerde vracht via airside vele malen goedkoper is dan via landside. Dit kostenvoordeel moet echter opwegen tegen de hogere kosten van een warehouse met airside toegang. Uit voorlopige case studies blijkt dat bij een hoog percentage geconsolideerde vracht en een grote schaal van operatie op de luchthaven de verlaging in OAT kosten de verhoging in warehouse kosten kunnen opheffen.

De laatste uitkomst van het onderzoek betreft de voorspelde capaciteitsproblemen in de eerste-linie afhandeling van de luchthaven. Het concept is, op zichzelf, niet voldoende om de capaciteit op de luchthaven in zoverre te vergroten dat er tot 2040 geen tekorten ontstaan. Echter na de implementatie van het concept kunnen voordelen behaald worden voor de gehele luchtvrachtketen op de luchthaven. Dit door de druk van groeiende vrachtvolumes op de eerste-linie loodsen te verminderen en kosten- en doorlooptijdvoordelen te behalen voor expediteurs die meegenomen zijn in het concept.

Ter afsluiting wil ik graag alle deelnemende bedrijven en mensen bedanken voor de bijdrage aan het onderzoek en het team van ACN voor de afstudeermogelijkheid, gezelligheid, professionele begeleiding en het uiteindelijke behalen van mijn diploma!

Sytse Kamminga, september 2015