Logistiek dienstverleners die als direct vertegenwoordiger voor hun klant optreden, maar de uitvoering van de douaneformaliteiten feitelijk door een ander laten verrichten (bijvoorbeeld door een douane-expediteur), dienen die ander in art. 6 van de machtiging directe vertegenwoordiging – als derde – op te nemen. Zo is bij een eventuele controle door de Douane direct duidelijk wie (feitelijk) de aangifte namens wie verzorgt.

LET OP: door opname van de ‘derde’ wordt deze derde geen partij bij de machtiging directe vertegenwoordiging. Deze overeenkomst is namelijk alleen gesloten tussen de klant en de logistiek dienstverlener. Tussen de logistiek dienstverlener en de derde moeten de afspraken, waaronder de toepasselijkheid van algemene voorwaarden (zoals de Nederlandse Expeditievoorwaarden), apart worden vastgelegd.

Mocht de klant de ‘derde’ aanspreken voor fouten die hij gemaakt heeft bij de directe vertegenwoordiging, dan kan die ‘derde’ zich wel op de overeenkomst beroepen. In art. 6 staat namelijk dat hij zich op de Nederlandse Expeditievoorwaarden mag beroepen. Daarmee is art. 6 een zogenaamd derdenbeding, ten gunste van de derde. Nadat de derde hierop een beroep heeft gedaan, treedt hij toe tot de overeenkomst.

(Bron: FENEX)

Klik hier voor de website van FENEX