DWU – Voorlichtingssessie Vrije Zone Type II

Per 1 mei 2016 treedt het Douane Wetboek van de Unie (DWU) in werking. In het nieuwe vergunningsstelsel komt de Vrije Zone Type II niet terug. Daarmee vervalt de huidige juridische basis onder het DGVS. Alle deelnemers krijgen per 1 mei ambtshalve een andere vergunning: particulier douane-entrepot. Daarnaast kunnen zij een vergunning Ruimte voor Tijdelijke Opslag (RTO) krijgen.

Vanaf 1 mei is de RTO-vergunning de basis onder het DGVS. Om de continuïteit van de logistieke processen te borgen is het zaak dat de deelnemende bedrijven de RTO-vergunning vóór 1 april aanvragen. Bedrijven buiten de regio Schiphol kunnen nu ook meedoen.

Op 16 februari organiseerde ACN hierover, in samenwerking met FENEX en de Douane, een voorlichtingsbijeenkomst voor alle deelnemers aan de Vrije Zone Type II op Schiphol. Naast een terugblik op het overleg tussen marktpartijen en Douane over een gezamenlijke richting, is er duidelijkheid gegeven over de stappen die de deelnemers moeten zetten.

Op deze speciale pagina staat alle relevante informatie. Klik hier voor een pdf met alle presentaties, hieronder staan ze per spreker…

Aanleiding in proces tot nu toe

Dominique Willems (FENEX) gaf een korte terugblik op het proces tot nu toe. Op 29 december zijn de wetteksten definitief gepubliceerd; wel wordt er nog gewerkt aan overgangsbepalingen, nationale wetgeving en beleid, guidelines en de IT systemen. De huidige Vrije Zone Type II bestaat ruim 10 jaar. Destijds is deze ingesteld om het vervoer tussen eerste en tweede linie papierloos en zonder onnodig oponthoud te kunnen doen. Als alternatief voor het in 2004 ingevoerde Europese transitsysteem (NCTS) is toen het Documentloos Goederen Volg Systeem DGVS ontwikkeld.

Op 1 mei 2016 vervalt de huidige Vrije Zone en daarmee de basis onder het DGVS. Er moet ‘iets’ voor in de plaats komen. In samenspraak met ACN, FENEX, Douane, expediteurs en afhandelaars is de huidige systematiek geëvalueerd en zijn sterktes en zwaktes vastgesteld. Vervolgens is vanuit de logistieke processen en de nieuwe douanewet bepaald op welke punten de procedures en bijbehorende IT-voorziening aangepast moet worden. Vanaf nu is het tijd voor de implementatie.

Bouwstenen van de nieuwe douanetechniek

Jan Norbruis (Douane) gaf een uitgebreide toelichting op de huidige situatie, maar vooral ook op het nieuwe vergunningsstelsel. Hij benadrukte dat het nieuwe DWU geen Vrije Zone Type II kent. Als de deelnemers niets doen, zal de Douane de huidige deelnemersvergunning per 1 mei ambtshalve omzetten naar een particulier douane-entrepot (PDE). Daarnaast zal de domproc vergunning per 1 mei 2016 omgezet worden naar een vergunning inschrijving in de administratie bij de vergunning PDE. De vrije zone voorraad wordt per 1 mei entrepot voorraad.

Alternatieven zijn de Vrije Zone Type I en de Ruimte voor Tijdelijke Opslag (RTO). De Vrije Zone Type I is niet wenselijk in verband met de fysieke afscheidingseis. Daarom lijkt het RTO een beter alternatief. Binnen een RTO is het mogelijk om de huidige overbrengingssystematiek met behulp van het DGVS met enkele kleine aanpassingen voort te zetten. Een belangrijk punt bij het RTO stelsel is de maximale opslagtermijn van 90 dagen. Daarna moeten de goederen onder een douaneregeling geplaatst worden. Een voordeel is dat de geografische beperking verdwijnt.

Bedrijven die zowel een RTO als een entrepotvergunning hebben, kunnen goederen naar het entrepot overbrengen om bijzondere handelingen te verrichten of ze langer dan 90 dagen op te slaan. Deze administraties kunnen naast elkaar bestaan. De douane adviseert de huidige deelnemers een RTO-vergunning voor 1 april 2016 aan te vragen en vanaf 1 mei het onderlinge verkeer te laten plaatsvinden onder het regime van tijdelijke opslag. De op 1 mei in het PDE aanwezige voorraad kan op de wijze en onder de voorwaarde die gelden voor de Vrije Zone Type II worden overgebracht naar andere deelnemers of een nadere douanebestemming worden gegeven.

Het bouwwerk: Welke keuzes zijn er?

Dominique Willems nam de aanwezigen mee in de logistieke processen en lichtte toe welke verschillen er zijn in de situatie vóór en na 1 mei 2016. De RTO heeft diverse voordelen:
• geen geografische beperking;
• een kleinere gegevensset nodig;
• overbrenging kan plaatsvinden zonder melding;
• geen wederuitvoeraangifte mits dat binnen 14 dagen gebeurd.

Beperkingen zijn de 90 dagen termijn, de zekerheid die volgens het DWU gesteld moet worden, de noodzaak om de RTO status te zuiveren en dat er geen bewerkingen toegestaan zijn. De aangever van de ATO is in de basis aansprakelijk voor de zuivering door een opvolgende douaneregeling na de tijdelijke opslag.

Voor de korte termijn is ervoor gekozen het bestaande proces zo min mogelijk te wijzigen en te baseren op het bestaande goederenvolgsysteem DGVS. Het streven is om enkele belangrijke toevoegingen te realiseren vóór 1 mei. Daarna zal nagedacht worden over fundamentele verbeteringen van het systeem en de bijbehorende procedures. De huidige gebruikers van DGVS worden uitgenodigd om constructieve suggesties te doen. Tot slot is het van belang dat de bedrijven goed zelf de afweging maken welke vergunning het beste bij hun bedrijfsvoering past.

Het verkrijgen van een nieuwe douanevergunning

Sebastiaan Sintemaartensdijk legde de mogelijke scenario’s uit. De aanvraag voor een RTO moet voor 1 april 2016 gedaan worden, de vergunning wordt van kracht op 30 april 2016, zodat daarvan vanaf 1 mei gebruik kan worden  gemaakt. Het voordeel is dat bij afgifte op 30 april de RTO onder de voorwaarden van het CDW wordt uitgegeven (geen zekerheid) en bij gebruik vanaf 1 mei wel een maximale opslagduur biedt van 90 dagen (ipv de huidige 20). Als de huidige DGVS deelnemers geen nieuwe vergunning RTO aanvragen, dan kunnen zij vanaf 1 mei gebruik maken van de deelnemersvergunning Vrije Zone Type II die ambtshalve wordt deze omgezet in een vergunning particulier douane entrepot. Een RTO vergunning afgegeven voor 1 mei is geldig tot de herbeoordeling DWU. De uiterlijke datum voor de herbeoordeling wordt nader bepaald.

Bij overbrengen onder het regime van RTO zal de De Douane haar toezicht op actuele administratie voortzetten en controleren op de zuivering na 90 dagen met behulp van een aangepaste vorm van DGVS. Bij overbrenging/afbouw onder PDE zal DGVS tijdelijk gebruikt worden om zicht te houden op de actuele voorraadadministratie en de overbrenging van de voormalige Vrije Zone voorraad.

Paneldiscussie