De coronacrisis laat duidelijk zien dat we met elkaar leven in een complexe samenleving van onderlinge afhankelijkheden en dat er geen eenvoudige oplossingen zijn voor deze ongekende crisis. Richting de post-corona-toekomst zijn zeker veranderingen nodig, maar tegelijkertijd geldt het aloude adagium ‘leven en laten leven’ als blijvend recept voor succesvol en vredig samenleven. Daarmee krijgen we een interessante aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen deze maand, lijkt mij.

De coronacrisis heeft meer dan ooit aangetoond hoe belangrijk netwerkverbindingen zijn voor onze samenleving. Om concreter te zijn: meer dan 30% van het Nederlandse nationaal inkomen wordt verdiend met internationale handel waarbij verbindingen essentieel zijn. Als ik alleen al naar de luchtvrachtsector kijk, gaat het om een toegevoegde waarde van zo’n 2,5 miljard euro en 27.500 banen. Het belang voor het vestigings- en investeringsklimaat voor bedrijven in Nederland heb ik dan nog niet eens meegenomen.

Ik maak me met het oog op de losgebarsten verkiezingscampagne ongerust over het gemak waarmee een groot deel van de kiezers en daarmee ook politici roepen dat het vanwege de verduurzaming allemaal echt een stuk minder kan met die internationale handel, met het vervoer en daarmee ook met de infrastructuur. Het doet me een beetje denken aan de anti-vaccinbeweging van vóór de coronacrisis. Vanuit een luxesituatie beredeneren dat vaccineren niet nodig is, omdat er toch geen mazelen in je omgeving voorkomt.

Lees hier verder