In de aanloop naar de Luchtvaartnota 2020-2050 stelde de Erasmus Universiteit een notitie op over de rol van luchtvracht voor de netwerkkwaliteit van Luchthaven Schiphol. Uit die notitie bleek duidelijk dat luchtvaartmaatschappijen die vracht vervoeren in de belly van passagiersvliegtuigen daarmee aantrekkelijk extra inkomsten genereren op vluchten die in hoofdzaak hun bestaan danken aan de inkomsten van passagiers. En bovendien dat een aantal intercontinentale passageroutes zo goed als zeker alleen kan bestaan door die bijdrage uit de vracht.

Dat was vóór Covid-19. Toen bellyvracht voor veel airlines de spreekwoordelijke kers op de taart was. Extra inkomsten waar weinig kosten tegenover staan. Covid-19 zorgde voor compleet andere uitgangspunten. Helaas. De passagemarkt stortte in en daarmee ook de belangrijkste bron van inkomsten voor airlines. Inkomsten uit vracht werden daarmee automatisch veel belangrijker. Vorige week constateerde scheidend en gewaardeerd Belgisch collega Steven Polmans in zijn afscheidsinterview in deze krant dan ook, dat luchtvracht op dit moment
niet meer de kers op de taart is, maar eerder de taart zelf.

Lees hier verder