Zal de huidige cargo-hausse in de markt voor vrachtvliegtuigen post-corona weer geheel verdwijnen? Velen, vooral de vakgenoten in het passagiersvervoer, denken dat. Met het weer op gang komen van de passage verhuist de helft van alle luchtvracht weer naar de belly van passagiersvliegtuigen, luidt de redenatie. Lijkt logisch. Maar anderzijds: belly-vracht blijft afhankelijk van en ondergeschikt aan passageroutes. En in hoeverre die routes zich qua omvang en intensiteit na de coronacrisis zullen herstellen, is nog onzeker. En van onzekerheid houden verladers niet. Zij zullen voorlopig in belangrijke mate kiezen voor de stabiliteit en betrouwbaarheid van vrachtvliegtuigen.

Ook voor de lange termijn zijn de vooruitzichten voor vrachtvliegtuigen gunstig. We vergaderen tegenwoordig massaal digitaal, waardoor zakenreizen minder hard nodig zijn, terwijl de e-commerce pakketten aan huis brengt, wat weer meer vrachtvluchten vereist. Dit leidt ontegenzeggelijk tot meer investeringen in nieuwe vrachtvliegtuigen en conversie van passagiers- tot vrachtvliegtuigen.

Niet voor niets meldde Boeing recent, dat het aantal vrachtvluchten mondiaal jaarlijks met 4% zal stijgen en de vrachtvloot gestaag zal groeien. Deze ontwikkelingen betekenen, dat er op onze mainport Schiphol voor het freighter-segment straks voldoende slots beschikbaar moeten zijn. Daar hikken wij echter aan tegen oude slotregels die de toegang van vrachtvluchten tot de luchthaven kunnen beperken.

Lees hier het hele artikel