Het zal niemand zijn ontgaan: de vliegvakanties vanaf Schiphol zijn weer op gang gekomen. De boodschap van de vakantieganger is duidelijk: naar de zon, met als gevolg lange wachtrijen tot vér
buiten de vertrekhal, afgelaste of vertraagde vluchten en dan toch boze passagiers. Hoe het zó mis kon gaan in de keten wordt nog uitgezocht. Maar in ieder geval zijn er alvast excuses van de
directie van Schiphol en vermanende taal van minister Mark Harbers van Infrastructuur aan het adres van de luchthaven.

Intussen wordt zo want de luchthaven heeft ook te maken met een ontbrekende natuurvergunning mogelijk leidt tot 100.000 minder vluchten. Hoe gaan we dan straks post corona om met de slot-schaarste op Schiphol? Hoe gaat daarbij de verdeling van slots tussen passage en vracht eruitzien?

Door corona is inmiddels het besef ingedaald dat de vrachtvliegtuigen een onmisbare en stabiele
schakel vormen in de afwikkeling van de mondiale supply chain en dat ze met een gering aantal vluchten een enorme economische toegevoegde waarde genereren. Vakantievluchten daarentegen zijn ondanks hun populariteit, economisch weinig relevant voor Nederland. Het grote verschil in toegevoegde waarde tussen beide segmenten zou rechtvaardigen dat passage een stapje terugdoet ten gunste van de vracht.

Lees hier verder op pagina 18 van Nieuwsblad Transport 11 mei 2022