Vrachtbaas Adriaan den Heijer van Air France-KLM houdt ‘een dubbel gevoel’ over aan het financiële succes van de vrachtdivisie tijdens de coronacrisis (de omzet groeide in 2020 met 20% naar 2,5 miljard euro), in een tijd dat de rest van de Frans-Nederlandse luchtvaartgroep ‘het heel moeilijk heeft’. Een interview met de topman die de vrachtdivisie sinds ruim een jaar door de zwaarste periode in haar bestaan loodst.

Er wordt nu zeker de rode loper uitgerold wanneer u op het hoofdkantoor van Air France-KLM komt? Vracht heeft sinds de coronacrisis toch aan financieel belang gewonnen voor de groep?

Vracht was altijd al belangrijk voor Air France-KLM. Dus daar is niet veel verandering in gekomen. Wij hebben als Cargo ook altijd een zetel gehad in het hoofdbestuur, zodat we snel beslissingen konden nemen. Dat heeft er in hoge mate aan bijgedragen dat wij vorig jaar maart na het uitbreken van de coronapandemie en het instellen van de lockdowns snel konden omschakelen. We hebben in een jaar tijd zo’n 10.500 ‘cargo-only’-vluchten uitgevoerd met onze passagiersvliegtuigen. Dat gaat in het tweede kwartaal gewoon door. In totaal voeren wij nu ongeveer zevenhonderd belly-vluchten per week uit naar 110 bestemmingen, en daarvan zijn er soms bijna tweehonderd ‘cargo-only’. Met vracht op de passagiersstoelen hebben we er enkele honderden gedaan. Nog steeds doen we er daar enkele per week van.

Lees hier het volledige interview